3 Leonardus Heesbeen (1820 - 1905)
Volledige naam Leonardus HEESBAAN
Roepnaam NORDJE
Geboortedatum 23 december 1820
Overleden 1905
Ouders Adrianus Gijsbertus Heesbeen en Anna van Vught
Partner Adriana van der Lee

Het onderstaande is grotendeels ontleend aan het verhaal dat Jan Heesbeen over zijn grootvader heeft geschreven: (Jan Heesbeen: Grootvader). Zijn verhaal is in november 1971 door zijn kleindochter Christine Vermaesen-Smits overgetypt. Deze versie is daarvan in 2008 door Rienell Jansen-van Eeten, kleindochter van Jan, overgeschreven voor haar eigen website (http://www.rienell.eu/familiepagina/). Rienell heeft toestemming gegeven het verhaal ook op deze website beschikbaar te maken.

Levensloop

Image Unavailable
De zes zonen van van Adrianus Heesbeen:
Cornelis, Johannes, Leonardus, Bartholomeus, Wilhelmus en Arnoldus

Dit is een heel oude foto. Je ziet hier de zes zonen van van Adrianus Heesbeen (1788 - 1848). Leonardus , geboren op 23 december 1820 als derde zoon, is de middelste van de staande mannen. De man links van hem is Arnoldus Heesbeen, die in 1883 is overleden. De foto zal dus ongeveer uit 1880 zijn. Jan Heesbeen schrijft in het verhaal over zijn opa Leonardus1 dat deze foto bij zijn grootvader boven de bedstee hing. Een bedstee was een soort kast, waar een bed in was gemaakt. Ook toen was de foto al vaag en waren de ogen van de zes broers met de hand zwart gemaakt.

Ook de familie Heesbeen woonde in Vlijmen, maar had een wat lossere levensstijl dan de familie Pulles. Voor hen was werken wat minder belangrijk. De vader (Adrianus) en grootvader (Bartholomeus) waren vissers en jagers in het rivierengebied achter de dijken rondom Vlijmen.

Leonardus werd meestal "Nordje" genoemd, hoewel hij groot en sterk was. Hij trouwde Dientje (Adriana) van der Lee, die in het dorp Dientje van de Stoker werd genoemd. In de dorpen in Brabant hadden veel mensen toen een bijnaam. Haar vader, Marinus van der Lee, werd de Stoker genoemd.

Maar in Vlijmen was geen boerenwerk voor hem. Toen hoorde hij dat de Haarlemmermeer zou worden drooggelegd en dat daar sloten en kanalen moesten worden gegraven, Daarom vertrok hij in mei met de schop en de knapzak over de schouder naar de Haarlemmermeer om te werken. Hij heeft dat twintig jaar lang gedaan tot hij ongeveer vijftig jaar oud was. De eerste tien jaar groef hij sloten en kanalen en na de drooglegging in 1853, ging hij met de zeis om te oogsten en te maaien.

Treinen waren er nauwelijks en auto's al helemaal niet. Daarom liep hij de 120 kilometer in één ruk. In oktober liep hij dan weer terug. Nordje kon niet lezen en schrijven, dus kon ook bijna geen contact houden met zijn vrouw en gezin. Het kwam dus ook vaak voor dat hij bij terugkomst voor het eerst een nieuwe zoon of dochter zag, die in de zomer was geboren.

Kinderen en kleinkinderen