Pulles Heesbeen

een Waalwijkse bakkerij en automatiek

Waalwijk, 1961, een zaterdagavond in de Grotestraat. Een groepje vetgekuifde nozems staat met hun buikschuivers bij de automatiek van Pulles-Heesbeen.

“Hee, Harrie, hèdde gij die nieuwe dinger al gezien? Neje, dié doar, die lange worste. Dè noeme ze hier fricadelle, wilde gij der intje? Meej van dieje rooie saus derop… lèkker, man..!
“Mèr die baomiballen zien der ook wel goed uit… dan vatte we der toch van allebaai intje?”
“Dès goed, Kees, mer gaauw dan, want die mède op de mèrt waachte nie zo laang mir op oons…”
“Ze zalle wel motte, Kees, es ze meej ons achterop truug wille rije nor de Klaai"
“Zalle we veur hullie mèr van die chocolaodebolle meejneme? Dan hebbe die mède ok wè..”

Image Unavailable
Een van de broodbezorgers poseert trots
met zijn geldtas bij de fraai beschilderde handkar

Waalwijk, vlak na de eerste wereldoorlog

In de eerste wereldoorlog, 1914-1918, had Waalwijk, zoals veel andere plaatsen in het neutrale Nederland, het moeilijk gehad. Het economische leven was vrijwel tot stilstand gekomen. Er was gebrek aan grond¬stoffen, voedsel en brandstof. Werklozen werden aan het werk gezet om de winterdijk zijn huidige aanzien te geven1. In 1920 lijkt het beter te gaan. De Sint Jansparochie geeft in dat jaar opdracht tot de bouw van een nieuwe kerk. De bestaande Water¬staats¬kerk uit 1829 is te klein en het dak lekt2. Bovendien ontstaan er ideeën om een nieuw gemeentehuis te bouwen. Deze grootse plannen zullen ongetwijfeld de onder¬nemende Waalwijkers hebben geïnspireerd. Wel¬licht dat dit ook heeft bijgedragen aan het optimisme en enthousiasme waarmee de grond-leggers van Pulles-Heesbeen, Martien (of Tinus) Pulles en zijn vrouw Janske Heesbeen, in de jaren na 1920 een bedrijf hebben vormgegeven dat menigeen in Waalwijk zich, zelfs nu nog, zal herinneren.

Tinus Pulles en Janske Heesbeen grijpen hun kans

In Vlijmen werkte Tinus Pulles (geb. 1896) al op jonge leeftijd in de bakkerij van zijn vader Bart. Zoals veel jongelui ging hij zo af en toe eens uit. Zo ook een keer met zijn vriendinnetje, en samen met een vriend en diens eigen vriendinnetje: Johanna (Janske) Heesbeen. Om een of andere reden hebben de twee vrienden die avond van partner geruild en dat beviel in ieder geval Tinus en Janske uitstekend. Want ze trouwden op 8 juni 1920 en vonden elkaar voor het leven.

Image Unavailable
Het eerste pand van Pulles-Heesbeen,
naast de kerk in Baardwijk

Tinus was een harde werker en Janske had bij haar moeder thuis, in hun kleine comestibleswinkel in Vlijmen, gezien hoe je een bedrijfje moest opzetten en uitbreiden. Ze zochten daarom een uitdaging en vonden die in Waalwijk, waar ze als filiaalhouders bij bakker Eduard van Tilburg aan de Grotestraat 235, aan de slag konden. Die bakkerij was wat verlopen, maar de werkkracht van Tinus en het zakelijk inzicht van Janske deden die bakkerij zo goed, dat na een paar jaar Van Tilburg dacht het wel weer alleen aan te kunnen. Met een ‘gullie kunt weer gaan, nou kan ik het verder wel weer allenig’ stuurde hij hen de laan uit. De ondernemersgeest van vooral Janske kreeg nieuwe kansen. Ze begonnen een eigen bedrijf onder het motto ‘Liever een kleine baas dan een grote knecht’.

Ze vonden een pand in Baardwijk, een huisje met een strooien dak, vlak bij de St. Clemenskerk, en begonnen daar voor zichzelf. Het werd nóg harder werken en iets opbouwen vanuit het niets. Brood werd met de hondenkar bij de klanten gebracht.

De eerste personeelsleden worden aan¬genomen. De naam ‘Pulles-Heesbeen’ wordt voor het eerst gebruikt, o.m. met een sierlijke, handgeschilderde belettering op de handkarren, waarin brood en gebak aan huis werden uitgevent bij de klanten. Aanvankelijk in de buurt, Baardwijk, en al snel in héél Waalwijk.

Pulles-Heesbeen terug naar de Grotestraat

Met het bedrijf van Van Tilburg in de Grotestraat ging het ondertussen toch weer bergafwaarts. Eduard besefte dat hij het niet alleen kon en koos eieren voor zijn geld. Hij kwam eens een praatje maken met Tinus, zijn voormalige meesterknecht, en diens vrouw Janske. Of ze misschien zijn winkel en bakkerij met het woonhuis erbij, van hem wilden huren. Daar hadden Tinus en Janske wel oren naar, immers die prachtige, wat ‘deftige’ winkel, midden in het centrum, met zilverkleurige etalageopstand en de sierlijke, op glas geëtste woorden: CUISINIER en PATISSIER vonden ze aantrekkelijk, evenals de royale bakkerij en niet in het minst het ruime woonhuis met tuin. Binnen enkele weken namen ze hun besluit en Tinus ondertekende het huurcontract met Van Tilburg. En in 1925 verhuisden zij, met hun inmiddels drie kinderen, naar de Grotestraat.

Aangezien de bakkerij van Van Tilburg nogal verlopen was, moesten Tinus en Janske investeren in bakkerijmachines, maar vooral in een nieuwe, grote oven: een moderne heetwateroven, die niet meer met hout en takkenbossen werd gestookt, maar met steenkoolbriketten. In zo’n heetwater-oven wordt, in stalen buizen en onder hoge druk, water in de vuurhaard verhit en vervolgens via meerdere buizen verdeeld over drie bakzônes. Op 21 december 1925 werd vergunning verleend voor het plaatsen van die oven.

Image Unavailable
Gist bezorger
Image Unavailable
Grotestraat met rechts vooraan Pulles-Heesbeen
ca. 1930

In de Grotestraat gingen de zaken voorspoedig. De kwaliteit van de bakkersproducten kreeg veel aandacht. De firma Pulles-Heesbeen won vele prijzen in nationale en internationale wedstrijden. In de winkel stonden de bijbehorende bekers en medailles boven op de kasten langs de drie wanden3 en de bijbehorende diploma’s hingen te pronken in de lange gang tussen de winkel en de bakkerij.

In 1929 werd de zaak uitgebreid met een filiaal aan de Stationsstraat 90 in Waalwijk, waar eerst Peer van Iersel en zijn vrouw filiaalhouders werden en later Cor en Corrie Pullens. In 1934 werd wederom een zaak geopend, nu aan de Hoofdstraat in Kaatsheuvel. Leo en Ciska de Bont waren hier de filiaalhouders. Ook dit filiaal was meteen een succes: de eerste week werden er al heel veel taarten verkocht, maar dat zouden er de week erna al vele honderden worden. Dus nu werd ook Kaatsheuvel ‘ingelijfd’ met al dat lekkers uit Waalwijk.

Speciaal voor het distribueren van de verschillende broodsoorten, reden elke dag twee ‘broodrijders’: ‘Rooie Willem’ en Peer van Iersel, met een Pulles-Heesbeen-bakfiets langs alle Waalwijkse klanten.

Brood en overige bakkerijproducten werden ook dagelijks, door Leo de Bont, met paard en wagen (eigenlijk was het een soort omgebouwde ‘koets’) naar de filialen en naar de klanten gebracht. Dat paard wist door de dagelijkse ritten precies waar het moest zijn en liep vaak uit zichzelf al naar de volgende klant, terwijl Leo nog bezig was met afrekenen… Toen in de laatste oorlogsmaanden de Duitse bezetters alles in beslag namen waarmee ze konden vluchten, namen ze ook dit paard mee. Dat viel die Duitsers behoorlijk tegen, want bij iedere klant bleef het dier staan!

De Automatiek

Tinus en Janske waren steeds op zoek naar iets nieuws. Begin 1935 bezochten ze verschillende beurzen en ontdekten daar het fenomeen ‘Automatiek’. Ze besloten om ook in Waalwijk een automatiek te beginnen. Een geheel nieuw verschijnsel, en het zou de derde in Nederland worden.

Image Unavailable
De automatiek vlak na de opening

De opening was vlak vóór de jaarlijkse kermis op de markt, en vanaf het eerste moment was het een groot succes. De hele familie moest meehelpen om aan de vraag naar producten te kunnen voldoen. Steeds maar weer klonk aan de achterkant van de automaten Tinus’ stem: “Bijvullen!” om een snelle doorloop van de chocoladebollen, mokkapunten, puddingbroodjes, gevulde koeken, rolletjes ‘Rang’, ‘King’, ‘Red Band’, ‘Kwatta’-repen en nog veel meer, mogelijk te maken. In de verwarmde 25 cents-automaten lagen kroketten, appelbollen, appelflappen en worsten¬broodjes. Tijdens die kermis van 1935 bleken vooral gebraden halve haantjes favoriet te zijn (meer dan 2400 stuks, die echter niet via de automaten verkocht werden, maar door het geldwisselluikje tussen de automaten in) en er was een drukke dag waarop binnen drie uur meer dan 2500 zelfgemaakte kroketten verkocht werden. Het succes van de automatiek werd nog groter, toen begonnen werd met de bereiding en verkoop van consumptie-ijs. Het meeste ijs werd verkocht in kleine porties dat tussen twee wafeltjes werd gestreken. Later kwamen er eetbare ijsbekertjes en dat ging al heel wat gemakkelijker, maar vooral sneller. De ijsverkoop liep, net als de automatiek, ook weer als een trein en al heel gauw moest er een nieuwe, Italiaanse, ijsmachine worden aangeschaft. Een klein schepijsje kostte toen 5 cent. Verder waren er ijsco’s van 10 cent, 15 cent en een kwartje. Zónder of mét (5 cent extra) slagroom.

De feestdagen

Vanaf begin november begon de productie van allerlei specifieke najaarsproducten zoals borstplaat, gewone en gevulde speculaas en marsepeinen aardappeltjes. Rijk gedecoreerde harten van borstplaat en speculaas en marsepeinen fruit en figuurtjes, alles creatief en ambachtelijk in eigen bakkerij gemaakt, werden uitgestald in de aan de winkel grenzende vóórkamer, waar een tijdelijke stand werd neergezet, zodat alles op een aantrekkelijke manier gepresenteerd kon worden. In deze drukke maanden moesten de kinderen vaak meehelpen. Sinterklaas was ook altijd een periode voor taaitaai, chocoladeletters, chocoladepoppen en dierfiguren, en met Pasen natuurlijk grote en kleine chocolade-eieren, vaak prachtig door dochters en schoondochters gevuld met bonbons, feestelijk opgemaakt en versierd. Het zo kunstig mogelijk paaseieren opmaken was een van de jaarlijkse tradities binnen het gezin.

Een bekend en veel verkocht product was ‘drooggoed’, een gevlochten broodje waarin speculaaskruiden en bruine rietsuikerstroop waren verwerkt. Het was afgeleid van de Brabantse “mikkemannen”, een broodje dat met een stans uit deegplakken werd gemaakt, maar niet efficiënt kon worden geproduceerd. Tinus Pulles had al heel vlug de vorm veranderd door er een aantrekkelijk gevlochten model van te maken, waarvan de productie heel wat sneller ging.

Tijdens en na de 2e wereldoorlog

Zoals in veel middenstandsgezinnen in die tijd moesten de kinderen van Tinus en Janske al vroeg meehelpen: ze groeiden als het ware mee in al het werk, zowel in de bakkerij als in de automatiek. Als vanzelf werden alle vier zoons van Tinus ook bakker, niet altijd volgens hun eigen wens, maar zo ging het nu eenmaal in die tijd. En de oudste zoon moest dan natuurlijk ook de gedroomde opvolger van Tinus worden.

In de 2e wereldoorlog bleken Tinus en Janske zich met vooruitziende blik, goed voorbereid te hebben op het tekort aan grondstoffen voor de bakkerij: ze hadden tijdig grote kasten laten maken, zelfs in de woonkamer, waarin ze al veel gehamsterd hadden voordat de oorlog werkelijk begon. Daardoor, én door een slim gebruik van de distributiebonnen, kon Pulles-Heesbeen in de oorlog nog redelijk aan het werk blijven.

In 1942 werd het gezin Pulles-Heesbeen door een ramp getroffen die ook gevolgen zou hebben voor het bedrijf. Bij de geboorte van het dertiende kind, overleden moeder Janske en kind in het ziekenhuis. Tinus bleef als vader alleen achter met twaalf kinderen. De oudste was 21 jaar oud en de jongste 3. Het bedrijf Pulles-Heesbeen verloor daarmee het zakelijke instinct dat tot zoveel vernieuwingen en succesvolle investeringen had geleid. In 1944 trouwde Tinus opnieuw. Zijn tweede vrouw, Christina Brouwers, nam weliswaar de rol van moeder in het grote gezin over, maar was minder betrokken bij de zaak.

Tijdens en na de oorlog begonnen de ‘vrijers’ van de (8!) dochters over de vloer te komen. Ze werden meteen ingeschakeld om ‘diensten’ te draaien in de winkel en in de automatiek. “Want”, zei Tinus dan, “mijn dochter krijgde nie zómaar!”

Image Unavailable
Bakkers rond 1952 met zonen Piet (vierde van links), Bertie (vijfde), Harrie (zesde)
verder 'Hammie' (zevende) en Tinus (uiterst rechts)

In februari 1953, tijdens de grote watersnoodramp, namen de gezamenlijke Waalwijkse bakkers, onder leiding van Tinus Pulles, het initiatief om oliebollen te bakken voor het goede doel; er werden er vele duizenden verkocht. En in augustus van datzelfde jaar boekte Pulles-Heesbeen nog een ander wapenfeit: op de internationale tentoonstelling van schoenen en leder, de SLEM, pachtte Tinus, samen met zijn oudste dochter en haar man (van Café van Dun uit Kaatsheuvel), een deel van de cateringactiviteiten. Een groot succes hierbij waren opnieuw de gebraden haantjes, met duizenden stuks, vanuit Sprang-Capelle levend bij Pulles-Heesbeen aangevoerd, en geslacht en gebraden in de bakkerij, waarbij de bakkersknechten en zonen in ploegendiensten werkten, terwijl alle andere producten ook nog verwerkt moesten worden.
In die jaren ’50 en ’60 dreef Pulles-Heesbeen, met groot succes, nog voort op het door Tinus en Janske ingezette bedrijf. Zo werd de automatiek uitgebreid met de verkoop van patates frites en andere gefrituurde producten: nasi- en bamiballen, frikadellen, kroketten en nog veel meer. Iedereen in Waalwijk en verre omgeving kènde Pulles-Heesbeen en kwam er regelmatig als klant of als vaste automatiekbezoeker. Maar langzamerhand werd Tinus ouder en wilde het toch wat kalmer aan gaan doen.

De laatste jaren

Image Unavailable
Tinus Pulles met de 'schieter'en een plaat appelbollen

Tinus kon echter moeilijk afstand doen van zijn bakkerij. Uiteindelijk nam zijn oudste zoon Bertie de zaak over, maar Tinus bleef nadrukkelijk aanwezig in het bedrijf. Bertie bleek een geweldig goede vakman maar had geen ondernemersbloed. De omstandigheden werden er ook niet beter op. Supermarkten gingen dagelijks brood verkopen, dat geleverd werd door industriële broodfabrieken. ‘Bums Dwarsgebakken’ en ‘Kingcorn’ (…Japie!) verdrongen de ambachtelijke broodbakkerijen. Het fenomeen ‘De Warme Bakker’ bestond nog niet. Rondom Pulles-Heesbeen werden veel panden gesloopt om een nieuw winkelcentrum te gaan bouwen, waardoor de ‘loop’ uit de zaak ging. De klandizie van winkel en automatiek nam dramatisch af. De Keuringsdienst van Waren scherpte de eisen voor hygiëne aan waardoor er in de productieruimtes geïnvesteerd moest worden. Al bij al ontstond een onhoudbare situatie. Zoon Bertie besloot het bedrijf te beëindigen door een saneringsproces in gang te zetten. Kleinzoon Piet had nog even de ambitie om het bedrijf over te nemen maar liep tegen veel te veel problemen aan en haakte af om daarna zijn heil in de fotografie te zoeken. De automatiek sloot als eerste de luiken en de bakkerij volgde enkele jaren later, in 1975, tien jaar na het overlijden van Tinus. Een belangrijk deel van de inventaris van de bakkerij, waaronder het prachtige, klassieke winkelinterieur, werd geschonken aan het bakkerijmuseum in Luijksgestel, waar het nog steeds te zien is.

Tot slot

Brood- en banketbakkerij Pulles-Heesbeen en de automatiek hebben meer dan halve eeuw vanuit de Grotestraat en beide filialen, zowel Waalwijk als verre omtrek, van goede bakkersproducten, maar zeker ook van snacks, ijs en andere lekkernijen voorzien. Na een enthousiaste en succesvolle start in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, kwam het bedrijf ook redelijk ongeschonden de oorlog door. In de jaren vijftig en zestig was de automatiek een belangrijk ‘ankerpunt’ voor het uitgaansleven in het centrum van Waalwijk. Elk weekend liepen grote aantallen jongeren, ‘nozems’ die veelal over een bromfiets beschikten, heen en weer te slenteren tussen die automatiek en de markt.

Zoals bij meer middenstandsbedrijven, bleken de maatschappelijke en economische veranderingen die zich eind jaren zestig en daarna manifesteerden, niet meer gevolgd te kunnen worden. Enerzijds was de min of meer gedwongen opvolging door de oudste zoon, bedrijfsmatig gezien, wellicht niet de beste keuze, maar anderzijds konden ook de veranderingen naar een geheel nieuwe tijd, moeilijk worden bijgehouden. De aandacht voor ambachtelijke kwaliteit verdween en massaproducten werden, via de opkomende supermarkten, groot in de markt gezet.

Tot ver in de jaren zestig werden alle leveranciers van grondstoffen en kant en klare producten in contanten uit de brandkast betaald. Ook investeringen werden altijd pas gedaan als het contant betaald kon worden. In de jaren zeventig kon dat niet meer. De overgang naar een wereld waar veel meer regels golden, waar investeringen door banken werden gefinancierd, waar arbeidsloon duurder werd dan de te verwerken grondstoffen en waar stadsbesturen besloten oude centra te slopen en te herbouwen, vroeg een heel andere zakelijke benadering. Hard werken alléén kon het tij niet meer keren.

Ook Pulles-Heesbeen heeft die veranderingen niet overleefd. Daarmee verdween een mooi en in Waalwijk toonaangevend familiebedrijf. Maar tot op de dag van vandaag is het nog voor velen een nostalgische herinnering: de ‘ Luxe Brood-, Beschuit- en Banketbakkerij met Automatiek: Pulles-Heesbeen’…

Verantwoording

Dit artikel is tot stand gekomen vanuit de opgeschreven herinneringen van Harrie, Josie, Hennie en Cécile Pulles, zoon en dochters van Tinus. De redactie is gedaan door Tinus Pulles en Piet Pulles (kleinzonen van Tinus en zonen van Bertie), Peter Pulles (kleinzoon van Tinus en zoon van Harrie) en Ries van Hulten (oudste kleinzoon van Tinus en zoon van dochter Nel van Hulten-Pulles).
Het is eerder gepubliceerd in de "Klopkei", periodiek van de Heemkunde Kring Waalwijk

Utrecht, Waalwijk, Groningen, Rotterdam, november 2014.